In deze nieuwe serie blogs verkent Andrea Cardillo tuinen als metafoor voor lerende ecosystemen. Dit keer zoomt hij in op de stijl van de Italiaanse en Franse tuinen.

Lerende ecosystemen
Een paar maanden geleden werd ik door Harthill Consulting gevraagd om deel te nemen aan een onderzoeksgemeenschap over de betekenis van een lerend ecosysteem.

Hoewel dit tegenwoordig vaak wordt aangeduid als een digitaal platform waarmee een organisatie al haar leerinitiatieven centraliseert, vind ik dat de metafoor van een lerend ecosysteem veelzeggend is om de algehele L&D-strategie te begrijpen.

Er zijn verschillende soorten natuurlijke ecosystemen mogelijk als een zinvolle analogie voor een lerend ecosysteem en een tuin is misschien wel een van de meest passende.

Sterker nog, in tuinen ervaren we een bewuste samenwerking tussen mens en fauna. Het resultaat van samenwerking is de groei van specifieke planten of bloemen, kassen voor snellere groei, kanalen en irrigatiesystemen om het water naar de juiste plek en op een bepaalde tijd te sturen, bemesting van de bodem, en paden en weiden zodat de tuin zichzelf ontwikkelt en ervan genoten kan worden.

Evenzo interveniëren L&D-afdelingen vaak in organisatorische omgevingen om bepaalde soorten competenties en waarden te koesteren. Ze ontwikkelen cursussen en trainingen om een snellere groei van specifieke populaties te ondersteunen, ze zorgen voor een effectieve toewijzing van middelen aan verschillende initiatieven en ze streven naar zowel zinvolle als plezierige leerervaringen. Soms biedt een digitaal platform een dergelijke ruimte, maar de metafoor heeft veel bredere toepassingen.

De analogie tussen leerecosysteem en tuin is niet nieuw, maar als adviseur organisatieontwikkeling en specialist in volwasseneneducatie vind ik dat we verder moeten gaan en ons moeten afvragen wat voor soort tuin onze organisatie nodig heeft.

Verschillende tuinfilosofieën zijn daarbij geschikt voor verschillende soorten organisaties.

Italiaanse of Franse tuinen
Tuinen in Italiaanse stijl verspreidden zich in Europa vanaf de Renaissance, aan het begin van de moderne tijd. Deze tuinen zijn gebaseerd op het geloof in het vermogen van de menselijke rede om de natuur te begrijpen en te beheersen, zodat deze – dankzij technologie en kunst – zeer bevorderlijk is voor een plezierige menselijke ervaring.

Tivoli, Italië – 9 september 2016: uitzicht op de lange, rechthoekige visvijvers (Peschiere) onder de fontein van Neptunus in Villa d’Este, UNESCO-werelderfgoed, Italiaanse villa uit de 16e eeuw.

In Italiaanse en Franse tuinen neemt de natuur vriendelijke vormen aan: rechte lijnen, geometrische ontwerpen, vierkante struiken en water wordt geleid naar plekken waar geen water is om meren of fonteinen te creëren. Bijvoorbeeld Villa d’Este in Tivoli met zijn vele paden en fonteinen. Of de tuinen van Versailles met zijn brede paden, bloemperken, heggen en meren, de belichaming van de Franse formele tuin.

De Italiaanse en Franse tuinen zijn goede metaforen van de leerecosystemen die zijn ontwikkeld door de L&D-afdelingen van veel moderne bedrijven, Orange-organisaties zoals Frederic Laloux ze noemt.

Daar zie je vaak een samenwerking tussen architecten (de Centres of Expertise of Corporate Universities) en hoveniers (vaak HRBP’s) om te zorgen voor consistente, gemakkelijk te navigeren, coherente leeromgevingen. Bedrijfsprogramma zijn gericht op verschillende populaties en worden in steeds opnieuw ingezet voor nieuwe cohorten. Ze zijn ontworpen volgens de laatste ontwikkelingen (en mode) in het veld. Deelnemers leren aan de hand van ervaringen die duidelijk en herkenbaar zijn. Ontwerparchitecten zijn de echte hoofdrolspelers in dit model dat, mits goed doordacht en onderhouden, zeer effectief kan zijn voor grote aantallen leerlingen.

Parijs, Frankrijk, mei 2019: Formele tuinen van Versailles (Orangerie)

Deze Italiaanse en Franse tuinen zijn als voorbeeld echt spectaculair, maar hebben één groot probleem: ze zijn moeilijk te onderhouden.

Ten eerste zijn ze erg afhankelijk van hulpbronnen: als er een tekort is aan water voor de fonteinen, of als er geen goede tuinmannen beschikbaar zijn voor dagelijks onderhoud, droogt alles op en gaat dood. Ook zijn voor Italiaanse tuinachtige leerecosystemen voortdurende onderhoudsinvesteringen nodig, zodat er samenhang ontstaat, maar ook voor voortdurende innovatie. Het ecosysteem moet continu evolueren naarmate het bedrijf evolueert, en dit is erg moeilijk om te doen als je hoge normen wilt blijven handhaven.

Ten tweede is dit model gecentreerd rond de visie van de architect, in plaats van rond de reeds bestaande omstandigheden van een natuurlijk ecosysteem dat gedijt en evolueert volgens zijn interne wetten terwijl de omgeving verandert. Evenzo is leren in Italiaanse tuinachtige L&D-strategieën gebaseerd op de oorspronkelijke visie van de architecten. Ze zijn visiegericht in plaats van leerlinggericht en houden zelden rekening met de noodzaak van organische ontwikkeling naarmate organisatieculturen in de loop van de tijd veranderen. En dat terwijl aanpassing aan nieuwe concurrentielandschappen of maatschappelijke trends nodig is.

Dus als Italiaanse en Franse tuinen niet duurzaam zijn, kan een Engelse plattelandstuin dan een beter lerend ecosysteem bieden? Volgende week deel ik mijn gedachten over het de Engelse tuinen.